Chapter V – Weg Chaos in Aaos

‘’Aaos is ten onder gegaan. De rijken van de mensen, orcs, elven, dwergen, dracs en de goblins hebben zichzelf de dood in gewerkt.’’

‘’Anbor is ten onder gegaan door de vele burgeroorlogen en ruzies om wie het koningschap toe behoorde.’’

‘’En Nydawin was een spijtig geval… Ik vertelde jullie toch dat Reynald, de raadgever van Jorverion, werd betoverd door een sjamaan van Groxor? Nou, Reynald kreeg een demoon in zich. Het was een zeer kwaadaardige demoon en Reynald werd er ziek van in zijn hoofd… De ziel van Reynald werd steeds zwakker en zwakker en de demoon nam zijn gedachtes over. De demoon dwong Reynald Nydawin uit te moorden, hij beschikte nu over ongekende kracht. Hij slachtte heel Nydawin af, maar een maar mensen wisten te ontkomen, daarover vertel ik straks meer.’’

‘’En als je wat meer naar het zuiden keek, naar Kardorak, ging het er ook niet leuk aan toe. Azohr gaf de orcs de schuld van de dood van zijn broer Siclus. Siclus had zelfmoord gepleegd, en Azohr die was er van overtuigd dat Siclus dat had gedaan omdat de orcs bestonden en hem erg veel leed hadden toegebracht. Voor Azohr was er dus maar één oplossing: het uitroeien van de orcs. Zoals ik jullie al eerder heb verteld is Azohr al een paar keer eerder bij de draak wezen kijken op het vulkanische eiland van Kardorak, en hij wilde nu eindelijk zijn plan gaan uitvoeren. Zijn grootse plan was het tot leven wekken van de draak; daarmee ging hij wraak nemen op de orcs en op de wezens waarvan hij dacht dat zij de reden waren van Siclus’ zelfmoord. ‘’

‘’Azohr zijn plan ging uitmuntend. Hij kon de draak tot leven wekken en op de draak zittende slachtte hij Kardorak af… Er zijn een stuk of vier/vijf orcs weg kunnen komen.’’

‘’En ik zal me nu gaan richten op het oosten van Aaos: Groxor, het al vergane Saelan en Bohldar, het machtigste rijk op dat moment. Groxor ging op een zeer aparte manier ten onder, een paar nieuwsgierige goblins vertrokken naar het eiland van de Rode Maan. Daar, in de toren van Siclus zagen ze zijn lijk liggen. Morsdood met zijn eigen mes in zijn borst. En… we kennen de goblins, die gaan dan op rooftocht. Sylovar, Lentrias en Azohr waren nergens te bekennen dus ze hoefden zich nergens druk om te maken.
Eerst onderzochten ze de toren zelf, daar vonden ze eerst niets, dus keken ze in de omgeving. Ze vonden een paar waardevolle wapens, wat goud en wat staven, niets echt bijzonders dus.’’

‘’Maar toen, één goblin checkte de kamer van Siclus nog en hij zag een soort klep in het plafond. Met zijn dunne-goblin vingers wrong hij de klep open en er kwam een ruimte tevoorschijn. De goblins riep zijn maten en ze klommen door het luik. Daar zagen ze een stoffige, oude ruimte waar duidelijk al jaren niemand meer was geweest. Één ding viel hen op; een grote, onder het stof bedekte, rode steen in een krakkemikkige houten kast. Ze dachten dat de steen veel waard zou zijn op de zwarte markt, dus gristen ze hem weg en reisden terug naar Groxor.’’

‘’Daar aangekomen lieten ze hun sjamaan naar de rode steen kijken, hij had geen idee wat het was. En toen plotseling: een piepend geluid… het werd harder en harder, er ontstond een soort aura om de steen. Het piepende geluid werd een harde zoem. Het aura werd dikker en roder, het breidde zich uit. Toen de zoem oorverdovend was volgende een knal. Wat was er gebeurd? Waar waren de goblins? De grotten waren ingestort en het puin had de goblins meegenomen…’’

‘’En nu Bohldar: hoe kon zo’n groot en machtig rijk zomaar ten onder gaan? Bohldar had een domme fout gemaakt… Ze wilden een bezoek brengen aan Nydawin, hun bondgenoot. Destijds wisten ze nog niet van de genocide die er had plaatsgevonden. Toen de dwergen daar aankwamen waren ze te laat: alle mensen waren reeds gestorven en hun lijken waren geïnfecteerd met een dodelijk virus wat de demoon van Reynald daar had achtergelaten.’’

‘’De dwergen wisten niets van het virus, en nadat ze de genocide op de mensen hadden ontdekt reisden ze snel terug naar Bohldar, om het te melden. De koning, Drohabor, was toen al erg ziek door zijn grote wonden die hij had opgelopen in de grote oorlog om Talen-Ta. Onwetend besmette één van de dwergen hem met het virus van Reynald en spoedig daarna stierf de eens zo machtige koning van Bohldar.’’

‘’De dwergen wilden natuurlijk een mooie en machtige begrafenis voor hun koning, daarom verzamelden ze alle dwergen bij elkaar. Dat was een grove fout… een enorme fout… Al die dwergen bij elkaar? Denk je dat niemand besmet zou worden? Helaas… de dwergen wisten nog niets van dit virus, terwijl alle verkenners die de genocide op Nydawin hadden ontdekt inmiddels gestorven waren. De begrafenis werd een hel; het virus besmette iedereen het het werkte hardnekkig dood. Het zou elke dwerg laten bezwijken.’’

‘’Vijf dwergen, die door de jacht niet bij de begrafenis konden zijn, overleefde het dus en zij reisden ver weg van Aaos.’’

‘’De rommel en het grootste deel van de gebouwen moest ik maar opruimen… Daarom stuurde ik opnieuw een komeet naar Aaos, alleen daar maakte ik een fout. Door de ontploffing werd een opening naar de onderwereld geopend; Een duister wezen is ontsnapt…

‘’Zo… de Chaos in Aaos was weg. Toch? Van elk ras waren een paar aan hun lot ontsnapt… ze konden niet anders dan weggaan van Aaos, weg van de Chaos. Daarom vluchtten ze naar een nabij gelegen continent: Irialdur.’’

‘’Irialdur is een slecht leefbaar continent, daarom hadden de wezens van Aaos er nooit interesse in. Wel leefde er een ander volk, een volk wat nog onbekend was voor de wezens van Aaos, namelijk: zogeheten Goliaths. Goliaths zijn een soort ijsreuzen, ze houden van kou en zijn ook vrij vriendelijke wezens… nouja, vriendelijk… Ze worden niet snel boos, maar áls ze boos worden zullen ze hun vijand aanvallen totdat er geen vijanden meer over zijn om te doden. Ook hangen ze een geloof aan, ene Ysmir. Natuurlijk onzin, er bestaan goden, maar die zijn allemaal weer verdwenen van Aaos.’’

‘’Maar, oh oh oh, ik dacht dat ik van de wezens van Aaos af was. Ik dacht dat ze allemaal wel zouden uitsterven op Aaos, maar nee. Na 127 jaar zijn de achter, achterkleinkinderen van de overlevenden van de rampen teruggekeerd naar Aaos. Die nakomelingen vonden het leven op Irialdur toch te slecht, en wilde kijken hoe het stond met het leven op Aaos; konden ze weer terugkeren?’’

‘’Ja, ze konden terugkeren naar Aaos, alleen.. Al die tijd dachten ze dat ze onopgemerkt op Irialdur hadden geleefd, maar in het geheim hadden de Goliaths hen bespied. De Goliaths hadden namelijk nooit een goed leven gehad daar op Irialdur, ze hoopten nog steeds op een beter leefbaar land, en dat kregen ze. Toen de wezens van Aaos weer terugkeerden naar wat ooit hun land was geweest, volgende de Goliaths hen stiekem. Zo kwamen de Goliaths op Aaos terecht, en ze vestigden zich in het koudste gebied op Aaos: Haljarr.’’

‘’Maar goed… Dat alles is geschiedenis. Ondertussen zijn er al weer wat jaren verstreken en is er al heel wat gebeurd op Aaos. Alle rijken vestigden zich op de plek waar hun voorouders ooit leefden, en ze bouwden hun rijken opnieuw op. Ook kwamen er allemaal nieuwe figuren bij, een wetenschapper en alchemist Iatros kwam Aaos verkennen, drie vreemde figuren met hun tempels zijn opgedoken: ene Hydrán, Sulimo en Niyks.’’

‘’Bij Saelan is er ook een vreemd figuur opgedoken. Het duistere wezen wat door mijn komeet was ontsnapt heeft de dracs overgenomen. Hij bleek Maledicti te heten: de hoogste en krachtigste demoon van Inferidax, de god van het kwaad en de dood. Ben ik nou nog niet van die stomme, kinderachtige kleuter-godjes af? Ik hoop maar dat die Maledicti zich zal gedragen, met huurmoordenaars als de dracs zou hij wel eens problemen op Aaos kunnen veroorzaken.’’

‘’Nu… ik weet niet hoe erg ik me nog moet bemoeien met mijn creatie. Elke keer maken die wezens er weer een potje van, zoals nu. Nydawin en Haljarr hebben een enorme ruzie, en Bohldar heeft dan weer een alliantie met Nydawin. Ook is er in Anbor alweer een tweede hoge koning, Athelia was mentaal niet meer gezond genoeg om het leiderschap aan te kunnen. En Kardorak is een beetje een spijtig geval… die laat weinig van zich horen, net zoals de goblins overigens, de eerste Warchief is gewoon gevlucht. Die Dulak was een beetje een zwakkeling, maar waar hij nu is, is niet bekend.’’

‘’De ruzie tussen Nydawin en Haljarr wordt steeds erger… laatst had Haljarr de echtgenoot van Göna, de koningin onder de bergen, gevangengenomen. Bohldar was woest en huurde daarom de dracs in om Gimli te bevrijden. Tevergeefs. De Goliaths waren sterk, en uiteindelijk moesten de dwergen en de mensen erbij komen. Het enorme leger stond voor de wankele hangbrug van de Goliaths en marcheerde op de gevangenis af. Na een hevige strijd tussen deze twee grootmachten, was het grootste deel van de gevangene bevrijd, maar had Haljarr de slag gewonnen. Het doel van de missie was geslaagd; de bruiloft tussen Göna en Gimli kon doorgaan. De bruiloft verliep voorspoedig, Göna en Gimli waren het meest schattige echtpaar en het was een groot feest. Elk land was er bij behalve Kardorak en Haljarr. De Goliaths waren hier woest om, en daarom trokken zij met een paar van hun beste soldaten naar Bordim om weer een bloedbruiloft te veroorzaken: net zoals Hernumn ooit heeft gedaan bij Gramus.’’

‘’Maar goed… ik denk dat ik genoeg heb verteld voor nu, het enige wat we nu kunnen doen is afwachten!’’